Restauratie van 386 incunabelen van het Allard Pierson in de periode 2023-2025
Het Allard Pierson, museum én kennisinstituut van de Universiteit van Amsterdam, heeft een grootschalig restauratieproject van alle buitenlandse incunabelen gerealiseerd. Uit het schade-inventarisatierapport was gebleken dat 302 banden een vorm van conservering nodig hadden en 84 om een ingrijpende behandeling vroegen. In het restauratieproject dat in september 2023 geïnitieerd is en in juli 2025 afgerond is, zijn er 290 incunabelen gerestaureerd. Voor de lichte ingrepen lag de nadruk op kleine constructieve herstellingen. Voor de zwaarste categorie ging het om omvangrijk herstel. Er zijn 26 incunabelen niet onder handen genomen omdat de restauratie ten koste zou gaan van de conservering, of omdat het omvang van het herstel niet onder het kader van dit project viel.
De restauratie is uitgevoerd door Ilse Korthagen (jaar 1), Rachelle Keller (jaar 1 en 2) en Jean-Marieke Poot (jaar 1 en 2). Dit project stond onder begeleiding van conservatoren Gwendolyn Verbraak (jaar 1) en Katell Lavéant (jaar 2).
De prachtige incunabelen zijn van geconsolideerde bekleding voorzien, zijn er zuurvrije buffers toegevoegd, verzuurde schutbladen weggehaald en banden gerestaureerd. Hierdoor is dit unieke erfgoed én bron van kennis voor toekomstige generaties gewaarborgd. En kunnen onderzoekers, maar ook het brede publiek inzicht blijven verkrijgen in belangrijke onderwerpen zoals wijsbegeerte, godgeleerdheid en letteren, en zich verdiepen in de vroege ontwikkeling van de boekdrukkunst in het algemeen en over de eigenaren van deze boeken in het bijzonder.
Samenstelling collectie Incunabelen
Het Allard Pierson bezit 598 incunabelen, een van de grootste collecties in Nederland. Daarvan zijn 518 in het buitenland gedrukt, vooral in Italië, Duitsland en Frankrijk; 80 komen uit de Nederlanden. De meeste titels behandelen wijsbegeerte, theologie en letteren, met daarnaast geneeskunde, recht en geschiedenis. Van 75 titels bestaan minder dan tien exemplaren, en van 7 bewaart het Allard Pierson het enige bekende exemplaar wereldwijd. De collectie omvat ruim 100 oorspronkelijke of vroege banden uit de 15e en 16e eeuw, waarvan sommige uiterst zeldzaam zijn. Daarnaast zijn er enkele tientallen verzamelbanden uit de 18e eeuw, vaak in Engeland vervaardigd door bekende boekbinders, met onder meer drukken van Aldus Manutius. Het grootste deel van de collectie, ruim 300 incunabelen, werd in de 19e en 20e eeuw opnieuw ingebonden, doorgaans voor praktisch gebruik door geleerden en bibliotheken. Juist deze boeken vragen nu de aandacht.
In het verslag van het project is eerst schade-inventarisatie opgesteld en daarna de werkmethode en de werkzaamheden in aantallen en per onderdeel beschreven. In het overzicht van werkzaamheden zijn verschillende handelingen genoemd:
-Boeklon/tape verwijderen,
-Hoeken verstevigen,
-Droogreinigen,
-Papierrestauratie (scheuren, randscheuren en lacunes. Verzwakt papier)
-Binnenscharnier
-Schutblad scharnieren maken/buffer van zuurvrij papier toevoegen
-Buitenscharnier
-Barcodes
-Boekbandrug
-Het vastzetten van losse bekleding
– Kapjes
– Leerconservering
– Herstel boekblok-boekbandconstructie (plataanhanging)
– Vervormde platten
Een lijst van gebruikte materialen en hun herkomst is bijgevoegd
Van de topstukken is per boek een verslag van de werkzaamheden gemaakt geïllustreerd met foto’s.
Allard Pierson Museum
Stichting Boek & Wurm steunde bij de conservering van een aanzienlijke collectie Griekse, Hiëratische, Demotische, Koptische, Aramese en Arabische teksten die nader ontsloten moeten worden voor onderzoek en onderwijs.
Door een aantal schenkingen beschikt het museum over een aanzienlijke collectie Griekse, Hiëratische, Demotische, Koptische , Aramese en Arabische teksten die nader ontsloten moeten worden voor onderzoek en onderwijs. Hiervoor is conservering noodzakelijk. De te behandelen collecties bevatten fragmenten tussen perspexplaten die oud en verkleurd zijn. Deze perspexplaten moeten dringend vervangen worden door nieuwe perspexplaten. Hiervan maakte het conserveringsproject Sijpesteijn en Dortmond deel uit. Dit project werd uitgevoerd door Machteld van der Feltz, papierrestaurator
Uit het eindverslag:
In juni 2016 werd begonnen met het conserveren van deze fragmenten. Het doel was dat ze zouden worden opgezet tussen nieuwe perspexplaatjes. Waar nodig zouden kleine reparaties worden uitgevoerd. Bij dit project had ik hulp van egyptologen Esther Holwerda en Willem van Haarlem, en papierrestauratoren Anne Doebele en Francien van Daalen.
Het perspex moest vervangen worden omdat het vergeeld was. Er zaten krassen op en de gebruikte tape had vaak losgelaten. Daardoor was ook vuil aangetrokken. In sommige montages waren de fragmenten losgeraakt en lagen ze scheef of over elkaar heen. Veel fragmenten zaten op karton of papier dat niet van museum-kwaliteit was. Het papier was meestal verbruind.
De perspex montages werden bewaard in hangmappen. De nieuwe montages zullen liggend bewaard worden zodat de fragmenten beter op hun plaats blijven.
Conservering collectie Sijpesteijn
Alle fragmenten waren opgezet in montages van perspex met rondom sellotape of afplaktape. In de loop van de tijd werd ook Magic tape of linnen tape gebruikt voor montages die niet meer goed dicht zaten. Vóór het openmaken werden ze gefotografeerd, recto en verso.
Na het openmaken van de montages werden de fragmenten in mapjes van zuurvrij papier opgeborgen in zuurvrije dozen. Van alle fragmenten werden de maten opgenomen. Dit was nodig voor het berekenen van de afmetingen van de nieuwe perspex plaatjes. In de papyrusdatabase op internet moeten de maten ook vermeld worden.
Conservering collectie Dortmond
Net als bij de collectie Sijpesteijn werd eerst de uitgangstoestand gefotografeerd, recto en verso.
De meeste montages bestonden uit twee plaatjes perspex die met sellotape aan elkaar gezet waren. Van enkele fragmenten was de achterkant niet te zien omdat ze op karton geplakt zaten.
Losmaken van vastzittende fragmenten
Hoewel de collectie Dortmond veel kleiner is dan de collectie Sijpesteijn kostte de behandeling veel tijd doordat sommige fragmenten integraal op karton geplakt zaten en andere op een paar punten. Bij bovengenoemde fragmenten waarvan verwacht werd dat er met water of isopropanol gewerkt ging worden werd de inkt getest op gevoeligheid hiervoor.
Het was ook niet altijd meteen duidelijk welke lijm gebruikt was voor het opplakken op karton.
In overleg met Willem van Haarlem heb ik een collega, Francien van Daalen, gevraagd of zij wilde helpen met de fragmenten die geheel opgeplakt waren. Zij heeft het karton waar ze op geplakt zaten gesplitst totdat er nog maar een dun laagje onder het papyrus zat. Daarna was het makkelijker om de papyri na voorzichtig bevochtigen van het karton te verwijderen.
Er werd gebruik gemaakt van Goretex, een half-doorlatende membraan, om langzaam vocht toe te dienen. Een voorbeeld van een ‘Goretex sandwich’ staat hier onder. Er wordt meestal een gewichtje op de sandwich gelegd. In het schema hier onder komt het vocht alleen aan de kant waar het karton zit. Het is ook mogelijk om aan beide kanten vocht toe te dienen of alleen aan de papyruskant.
Voordat de behandeling startte is de methode eerst op dummies getest. De dummies bestonden uit nieuw papyrus, met stijfsel of PVA opgeplakt op karton. Verschillende facings werden getest en ook verschillende Goretex sandwiches. Bij het ‘echte’ werk werd voorzichtig begonnen met Goretex aan één kant zoals in het schema. Als het lang duurde voordat het fragment los te halen was en er geen zichtbare schade ontstond aan inkt of papyrus werd vocht aan beide kanten toegediend.
De fragmenten van het dodenboek, nr.22, zijn na het losmaken van het karton in samenwerking met Anne Doebele gedoubleerd omdat bij het hanteren de randen snel beschadigd raakten.
Bij het verwijderen van het (zwarte) karton van twee fragmenten kon niet vermeden worden dat het karton zwart afgaf op het papyrus.
Bij één kwam verso ook wat tekst te voorschijn. Nadat tekst tevoorschijn gekomen was werd met Willem van Haarlem overlegd over het verder verwijderen van het karton. Het was lastig om te zien of karton verwijderd werd of inkt. Het leek wel zo te zijn dat de inkt heel goed gehecht was maar voor de zekerheid werd besloten te stoppen. Waarschijnlijk is het mogelijk de tekst te ontcijferen met behulp van ultraviolet licht.
Fotograferen en opzetten van de fragmenten van beide collecties
Na de conservering werden alle fragmenten recto en verso gefotografeerd door Esther Holwerda. Zij draagt zorg voor het doorgeven van deze foto’s t.b.v. de papyrusdatabase.
Het bepalen van de juiste oriëntatie van de fragmenten was moeilijk als er nauwelijks tekst op stond. Dit was daardoor soms ook tijdrovend. In de oorspronkelijke montages zaten af en toe fragmenten op hun kop, daar konden we dus niet op afgaan. Onder papyrusrestauratoren is de regel dat de kant met horizontale vezels recto is en de kant met verticale vezels verso. Soms is juist die verso kant beschreven en de andere kant niet.
Vóór het opzetten werden de perspex plaatjes schoongemaakt met antistatische kunststofreiniger. De strookjes aan de fragmenten werden met stijfsel op het onderste perspex plaatje geplakt. Bij de collectie Dortmond, die als laatste werd opgezet, werd hiervoor PVA gebruikt; steviger maar minder reversibel.
Bij dit alles hoorde ook een uitgebreide administratie; een logboek per gewerkte dag en verschillende lijsten voor het bijhouden van de handelingen. Ook werden Excel lijsten opgesteld voor het beschrijven van de collecte met de inventarisnummers (Esther Holwerda) en voor het bepalen van het aantal en de maten van de perspex plaatjes.
En lijst net gebruikte materialen en naam van de leverancier is bijgevoegd.












