St. Amalbergisbasiliek, Susteren

15-11-2021

tussentijds Conservatieverslag november 2021 van Liewe Watteeuw.

Beschrijving van het Evangeliarium van Susteren, Schatkamer ‘t Stift

6DF90029-EE32-4985-B993-FD923BEBD8A3Plaats van ontstaan: Luik (?), Latere toevoegingen: Maasland, Gelderland, Maasland.
Bewaarplaats: Kerkschat parochiekerk van Sint‐Amelberga, Susteren.
In oorsprong was Susteren vermoedelijk een dubbelklooster. In 891 werd Susteren in de bronnen  vermeld als abdij waar heilige moniale vrouwen verbleven. Rond dezelfde  periode werd het klooster verwoest n.a.v. de invallen van  de Noormannen.
Later werd de abdij  door  Arnulf van Karinthië geschonken aan Siginand van Prüm, die het op zijn beurt schonk aan de abdij van  Prüm. Dit laatste werd bevestigd door Zwentibold in 895 en later door Karel de Eenvoudige (916) en Otto  I (946). Vanaf deze periode tot aan 1312 zijn er geen oorkonden voor handen. In de 14de eeuw is de abdij  niet langer een vrouwenklooster maar wel een wereldlijke stift bestaande  uit 10 kanunnikessen en 4  kanunniken. De regel van Benedictus werd er gevolgd, zo blijkt uit de statuten uit 1348. Susteren zal  gedurende  de  14de eeuw  geduid  worden  als een  benedictijns  klooster.   Adellijke  vrouwen  die  wilden  toetreden moesten in het bezit zijn van eerst minstens 8 en later 16 kwartieren.  In de 16de eeuw werd  Susteren een  seculier kapittel genoemd. De vrouwen van  het  stift moesten vluchten in  1794 voor  de  Fransen en in 1802 werd het stift uiteindelijk opgeheven na enkele jaren van leegstand.

Een  aanzienlijk  deel  van  het  archief  is  echter  onvindbaar  sinds  het  einde  van  de  18de  eeuw.  Volgens de mondelinge overlevering werd net voor de komst van de Fransen het archief verbrand door  de rentmeester van het kapittel J.L. Backhaus, om zo confiscatie van de goederen te voorkomen. Hij zou  hiervoor twaalf dagen nodig gehad hebben, wat wijst op een behoorlijke omvang van het archief.  Een klein
deel  (enkele  registers)  werd  geconfisqueerd  door  de  Fransen  in  1802.    De  prefect  van  het
Roermonddepartement  stuurde  hierop  een  brief  naar  abdis  Clementine  van  Hessen  (1747‐1813),  met
het  dreigement  de  documenten  van  het  kapittel  over  te  leveren.  Zij  zou  gerepliceerd  hebben  dat
Backhaus  in  het  bezit  was  van  de  archivalia.  Hij  op  zijn  beurt  beschuldigde  Maria  Brenke  zu  Wever,
de  net  overleden  kanunnikes van Susteren. Volgens Backhaus waren de archivalia  overgebracht naar Duitsland. Uiteindelijk vonden huiszoekingen  plaats bij enkele oud‐kanunniken
(waaronder Backhaus) in 1806  en  in  1813.  Zij  bleken  enkele  documenten  in  hun  bezit  te  hebben. Samen met de documenten gevonden in 1802 werden  deze  stukken  gedeponeerd  in  het
Staatsarchiv  Düsseldorf.  In  1926  kwam  het  archief  (d.i.  echter  niet  het  volledige  archief)  uiteindelijk naar het rijksarchief Limburg, Maastricht.

Datering: Eerste helft 11de eeuw. Toevoegingen: 12de‐13de eeuw,  eerste helft 15de eeuw, 17de‐18de eeuw.
Taal: Latijn, Duits
Schrift:   Unciaal,  Karolingische  minuskel.  Verschillende  handen.

19de eeuwse inscriptie in het Evangeliarium
12B14353-850A-4506-9819-0D65AC0E63BEIn  een  katernplooi  staat  een  inscriptie  in  een  19de  eeuwse  hand:  “A. ten Berge heeft in het jaar 1882 (‐ )  platen  gecopieerd  voor  Engelsen  Museum (‐)” In de 19de eeuw is er een  hernieuwde  interesse  voor  de  middeleeuwse miniatuurkunst. Losse  miniaturen  en/of  manuscripten  worden  verzameld  en  bestudeerd  naar vorm en inhoud. Er ontstaat een  markt  en  een  wetenschappelijke  interesse.

 

 

53310C50-07FB-4B71-BBFB-74E64ABEFDB4Materiaal:  Perkament,  verschillende  diktes De dikkere folio’s hebben weergaten, waarbij  een met haarinplant ( folio 113)
Binding:   Het boek werd in de vroege of midden 19de eeuw ingebonden in een soort houten kistje.   Het boekblok is genaaid op vijf  touwen, en heeft een holle rug. Hierdoor  gaat het boek relatief goed open, maar de  binding is absoluut niet aangepast aan de  structuur en de historische context van het  handschrift. De lederen platten vertonen  sporen van een afdruk van een verdwenen  centrale cartouche of medaillon en  hoekstukken. Tijdens de negentiende eeuw werd het  boek opnieuw ingebonden en  gerestaureerd.

 

Provenance:   Tot  op  heden  is  het  onduidelijk  waar  het  Evangeliarium  werd  vervaardigd.  Vermoedelijk  zijn  enkele gedeelten ontstaan in de abdij van Reichenau. Andere mogelijke productiecentra zijn Fulda en het  Maasland (meer bepaald Luik). Dit aspect is in volle onderzoek.

Miniaturen en illustraties:   Het handschrift bevat in het totaal zeven  miniaturen.
De  eerste  ingekleurde  tekening    bestaat  uit  een  pentekening  waarin  drie  figuren  worden  afgebeeld,  staand  op  rotsen  onder  een  zuilenboog  (twee  bogen  rustend  op  drie zuilen).   De middelste figuur stelt Imago van Loon  voor (ca. 1120‐1180, in 1174 abdis), abdis van het  stift in Susteren. De  tweede  15de eeuwse  kruisigingsminiatuur  bevindt  zich  tegenover  het  portret  van  Lucas. Alle vier evangelisten zijn al schrijvend voorgesteld in een architecturale setting. Stilistisch gezien  hebben  de  vier  portretten  steeds  eenzelfde  aanpak:  gezeten  in  een  portiek  met  opengetrokken  gordijnen, voorgesteld als oude mannen met lange baard en haardos, gekleed in tuniek.

Conservatiebehandeling
Eerst werden hoge resolutie conditiefoto’s gemaakt. Het volledige boekblok kreeg een zachte droogreiniging.  De volgende stap was het lossnijden van het dekbladen en de verbinding tussen boekblok en band door  het doorsnijden van de 19de ‐eeuwse dubbele touwen met een scalpel. De  naaidraden  (vlastouw,  drievoudige  twist)  werden katern per katern doorgesneden.

5983B1DF-FCB5-4505-9183-EF971BC6D27DD5FC18F5-5EC8-4A60-9AD7-D77A9F0F5360

Door het doorsnijden van de hechtingspunten kwam maculatuur vrij die gebruikt werd als ‘rugbeleg’.
Een  tekening van  het  naaischema werd  gemaakt.  De  katernen  werden  afzonderlijk  in  zuurvrije  mappen  geborgen.
In tweede instantie werd de conditie van de pigmenten en het bladgoud geëvalueerd onder Hirox 3D microscoop en de pigmenten met Multi spectrale beeldvorming geïdentificeerd en MA Xrf ( in samenwerking met het Koninklijk Instituut  voor het Kunstpatrimonium) geïdentificeerd. Deze analyse methodes zijn volledig niet destructief.

still043

Planning november 2021 ‐ april 2022 

Vervolg  niet  destructieve  analysen  /  wetenschappelijke  beeldvorming  en  consolidering  van  de  pigmenten en bladgoud en voorbereiding herinbinden.