Het Atlas-fonds en het Museum Meermanno

15-02-2011

In de loop van 2002 werd de leiding van Museum Meermanno benaderd door het Atlas-restaurautiefonds. Het fonds bood aan gedurende vijf jaar het museum van een substantieel bedrag te voorzien om de bescherming, conservering en restauratie van oude werken op perkament en papier mogelijk te maken. Voorwaarde was dat het museum een duidelijk plan zou overleggen waarin de keuze van de te behandelen collectieonderdelen, de organisatie van het project en de planning van de uitvoering was vastgelegd.

De opzet van het plan was de kostbaarste en belangrijkste collectie-onderdelen, in feite de handschriften en de gedrukte werken, integraal aan een schade-inventarisatie en eerste-hulpactie te onderwerpen en daarop aansluitend de noodzakelijke conserverings- en restauratie werkzaamheden uit te voeren.  Een dergelijk schade-inventarisatie en eerste-hulpactie was eerder in het kader van het Deltaplan aan de handschriften collectie uitgevoerd. Daardoor was de raming van de kosten van de restauratie beschikbaar, die dan ook onmiddellijk. van start kon gaan.

Restaurauties van handschriften.

In het eerste jaar van het Atlas-project werden er 19 restauraties aan handschriften uitgevoerd. De meest ingrijpende en in het oog springende restauratie was die van het Utrechts missaal van 1509.

Van de 23 voorgestelde restauraties waren er nu 19 verricht. Drie van de overige bleven ondanks de noodzaak onuitgevoerd, omdat het bij de huidige stand van de techniek en ervaring niet mogelijk bleek de technische problemen en risico’s bij de uitvoering van tevoren in kaart te brengen.

De restauratie van het vierde handschrift, de Rijmbijbel van Jacob van Maerlant uit 1332 werd uitgesteld om nader onderzoek en een bredere oriëntatie mogelijk te maken. In 2007 bracht de Engelse restauratie-expert Christopher Clarkson op verzoek van het museum een bezoek aan Nederland.Zijn onderzoek leidde tot een rapport waarin hij zich duidelijk uitsprak voor het uitvoeren van een restauratie en gedetailleerd adviezen gaf over de verschillende details daarvan.

In het voorjaar van 2008 werd de eerste fase van de restauratie gestart, waarbij de achttiende-eeuwse band werd gedemonteerd, de katernen losgemaakt, de valse vouwen in de eerste en laatst bladen werden gereduceerd en de aanhechting van het bladgoud en de pigmenten waar nodig werd hersteld. Op dat punt werd de restauratie onderbroken zodat de Rijmbijbel voor het Geheugen van Nederland kon worden gedigitaliseerd. Dit gebeurde in de Koninklijke Bibliotheek. In die tijd vond ook in het laboratorium van het Rijksmuseum te Amsterdam spectometrisch onderzoek plaats van enkele miniaturen om de aard van de gebruikte pigmenten te kunnen vaststellen. Ook werd de ondertekening van de miniaturen met infraroodfotografie onderzocht. Vervolgens vormden een twintigtal katernen de kern van de grote en zeer succesvolle Maerlanttentoonstelling die in het najaar van 2008 in het museum werd gehouden. Toen de tentoonstelling was beëindigd werd de restauratie voortgezet. Daarbij werd het handschrift opnieuw gebonden in een conserveringsband geplaatst. Het handschrift in zijn nieuwe band is samen met de restanten van de oude band in een doos geborgen. Deze restauratie was de laatste en tevens meest ingrijpende en spectaculaire van het Atlas-project.

Dozen voor handschriften.

In het begin van dit millennium was in het kader van het Deltaplan al een aantal middeleeuwse handschriften, een zeer kwetsbaar collectie-onderdeel, van dozen voorzien. Dankzij het Atlas-fonds kon deze draad weer worden opgepakt, zodat nu alle handschriften uit kast 10 in dozen zijn geborgen.

Gedrukte werken.

De collectie vroege gedrukte werken kan men binnen de Oude Collectie van het museum wel als de kerncollectie beschouwen. Zij is voor een groot deel geplaatst in de boekzaal op de eerste verdieping van het museum. In het kader van het Atlas-project werd het grootste deel van de in de boekzaal geplaatste werken aan een schade-inventarisatie en eerste-hulpactie onderworpen.

Bij 143 delen werd lichte, en bij 54 ernstige schade geconstateerd. De schade-inventarisatie mondde uit in een reeks restauratievoorstellen die in de loop van het project door de conservator, assistent-conservator en betrokken restauratoren werden besproken. Dit leidde ertoe dat ze geheel, voor een deel, in aangepaste vorm of soms ook niet werden uitgevoerd. In het totaal werden bij dit collectieonderdeel 220 restauraties uitgevoerd; 47 boeken werden van een vilten beschermhoes voorzien. Enkele werken werden in dozen geborgen.

Tot de gerestaureerde werken behoorde ook de Hyperotomachia Poliphili

Dit bibliofiele werk werd in de loop van 2006 in verband met de noodzakelijke herbinding uit elkaar genomen, maar pas in het volgende jaar opnieuw genaaid.

Dit maakt het mogelijk een reeks bladen van dit prachtig geïllustreerde werk tegelijkertijd te laten zien in de tentoonstelling die aan dit beroemde boek was gewijd. De tentoonstelling kon mede door een belangrijke bijdrage van het Atlas-fonds tot en groot succes worden. na afloop van de tentoonstelling werd de restauratie voltooid en het boek weer vakkundig ingebonden.

Papier en perkament.

De collectie prenten, kaarten en tekeningen bestaat volgens een voorlopige inventarisatie uit meer dan drieduizend losse bladen. Door een langdurige gebrekkige berging hebben veel bladen mechanische schade opgelopen en hebben ze te lijden gehad van vocht en vuil.

Besloten werd deze collectie alleen te conserveren, d.w.z. de bladen te reinigen, te repareren wanneer ze gescheurd waren, en naar moderne normen te bergen. In totaal werden 2005 bladen behandeld.

Tentoonstellingen.

In het voorafgaande is reeds vermeld dat het Atlas-fonds tweemaal een belangrijke bijdrage heeft geleverd aan een tentoonstelling die rechtstreeks samenhing met het restauratieproject.

In 2006 was dat de succesvolle expositieEen droom van een boek, gewijd aan de bibliofiele klassieker deHypnerotomachia Poliphili uit 1499. In het najaar van 2008 was hetMaerlants Riimbijbel, Middeleeuws meesterschap in tekst en beeld, een tentoonstelling de meer bezoekers naar het museum trok dan ooit tevoren.

In de periode van medio december 2008 tot eind maart 2009 heeft het museum in een eigen expositie op de Voorzaal aandacht besteed aan de resultaten van het Atlas-project.